Het wordt tijd dat ik Thezero de Verschrikkelijke
Schreeuwlelijk introduceer. Dit verhaal schrijf ik met iedereen die een
bijdrage wil leveren en Thezero, de bedenker van John B. Low Stoned, mag niet
onvermeld blijven. Thezero is, zoals hij het zelf zegt, een dominante
persoonlijkheid, die er een houtje van heeft om anderen mateloos te irriteren.
Stel je een reus van een kerel voor, vriendelijk en meelevend, een talentvolle
artiest die weinig erkenning heeft gekregen van de samenleving maar die met een
ijzeren wil zichzelf regelmatig de verdommenis in praat, waar niemand hem kan
van af houden. Iemand waarvan er zovelen zijn dus. Mensen die meer oog hebben voor de
volle maan tussen de bomen dan de zon in het water. Kortom, een fijn maar niet
gemakkelijk mens in de omgang. Een soort van GVR. Nee, niet een Grote
Vriendelijke Reus, maar een Vervelende. Een huislijke type die door zijn nog
dominantere partner in het gareel wordt gehouden. Want zo’n kolossaal mens
heeft dit nodig om te voorkomen dat hij brokken maakt. Zo’n type dus. En
minstens zo eigenwijs als ik.
Nu, deze Thezero heeft voor deze aflevering van ‘The
Household…’ de grootste bijdrage geleverd. Ik vond het echter nodig om hieraan
wat te schaven en te schuren anders verlies ik straks de greep op de
verhaallijn die ik nog niet voor ogen heb, maar die ik zo simpel mogelijk wil
houden. Niet omdat ik de intelligentie onderschat van de enkeling die dit
verhaal leest, maar omdat ik anders zelf de weg kwijt geraak. Maar genoeg
geouwehoerd. Laten we terug gaan naar het lieflijke dorp Damwoude in het oosten
van Friesland waar een deel van dit verhaal zich afspeelt.
Terwijl ik in mijn bed lag te woelen zat Angel ondertussen met
zich zichzelf te spelen. Ze kon maar geen besluit nemen of ze zichzelf en mij
op een spannend avontuur zou trakteren.
Lucy was nog op. Met een wezenloze blik in haar ogen hing ze
onderuitgezakt in haar stoel. De asbak
op het tafeltje zat vol peuken.
In haar verwarde brein liepen haar gedachten en emoties van
die dag door elkaar. Ze had de laatste jaren toch al zoveel moeite om daar enige
samenhang in aan te brengen. Door de ontmoeting met John vandaag was het er
niet beter op geworden. Laten wij een poging wagen om er achter te komen
waarom, los van het feit dat ze zich weer suf had geblowd, ze zo in de war was.
“Kom ik de kamer binnen, zie ik daar the image van mijn veel
te jong uit het leven gestapte
husband en mijn zoon Johnjohn. Wat a resemblance.
Potverdorrie, two drops of water maar dan zonder het mooie
lange zwarte haar en de volle zwarte baard die mijn John had. Maar wel datzelfde
atletische lichaam.
Al meer dan twintig jaar is Johnjohn nu spoorloos. Al die
tijd heb ik het gevoel gehad dat hij nog leeft. Het kan toch niet zo zijn dat
John en Johnjohn dezelfde zijn? Een mens kan chance a lot in twintig jaar. Ik
snap er geen reet van. Nee, dit is onmogelijk. John is zeker twintig jaar
ouder. Maar wat een resemblance.
Moet ik John nu zeggen hoe hij lijkt op mijn John en mijn
Johnjohn?
Johnjohn zou nu veertig moeten zijn en this stranger ziet er
net zo oud uit. Nu ja, ruim veertig.
Wat heeft die jongen mij een verdriet gedaan door nooit meer
wat van zich te laten horen nadat hij vertrokken was naar Tibet. Enough of this
society had hij, had hij gezegd. Hij zou een klooster in gaan en er blijven tot
zijn dood.
Johnjohn, mijn sweetheart, waarom heb je toch nooit meer wat
van je laten horen?
Morgen spreek ik John er wel over aan. Hij moet weten dat
hij zo ongelooflijk op mijn John en Johnjohn lijkt. Zoals ik denk dat Johnjohn
er nu uit zou zien.
Ik hoop maar dat Angel hem vannacht met rust laat. Dat kind
is oversekst. Wat lijken sommige dochters toch veel op hun moeder.
Die John dacht dat we even oud waren. Net in de zestig is
hij. Ik ben net zo oud als hij maar ik voel me wel tachtig. So sweet he said
this. De meeste mensen schatten mij much older.”
De gedachten van Lucy schieten alle kanten uit. De meeste
ontsnappen aan haar voordat ze bewust zijn geworden. Het zijn slechts flarden
zonder enige samenhang. Zoals dit ook bij andere mensen is.
Lucy denkt aan morgen wanneer al haar kinderen langs komen
om haar verjaardag te vieren, aan Johnjohn die er niet bij zal zijn, aan de
Vauxhall vol met deuken waarvan ze denkt dat het een Volvo is, net zoals de
Golf een Volkswagen is en niet een ander type auto, aan haar zoon Theo, de
dorpsgek, die al jarenlang bij de koster in de kelder woont en die morgen onder
begeleiding even op bezoek komt en aan John die zoveel belangstelling voor haar
overleden man heeft.
Haar gedachten tollen in haar hoofd. Plotseling voelt ze
zich ontzettend moe.
Ze hijst zichzelf overeind uit de stoel waar haar John
destijds dood werd aangetroffen, een uitgebrande joint met een kegel as nog in
zijn hand.
Daarna doet ze het licht uit, stommelt de trap op en gaat
naar boven waar ze, omdat haar hoofd vol lege gedachtes zit, de logeerkamer in
stapt waar ik de slaap probeer te vatten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten