Die vreselijk stonede uitdrukking op haar gezicht toen ze de
kamer binnen stapte zal ik nooit vergeten. Dit was dus Lucy, de weduwe van John
en de moeder van Angel. En nog zo’n zes kinderen.
Het leek wel of haar ogen dichtgeplakt
zaten. Door de bril die ze droeg werd dit effect nog versterkt.
Zo te zien was
ze van mijn leeftijd, net begin zestig. Helemaal grijs, een tenger vrouwtje,
gekleed in een beige duffelse houtje touwtje winterjas, terwijl het buiten toch
zeker zo’n twintig graden was en de rauwe hese stem van iemand die net een
asbak had leeg gegeten.
“Hi, Lucy.” Ik hees mezelf moeizaam overeind en pakte de uitgestoken
hand. “John”, zei ik.
“Zo heette my husband ook. Angel zei dat je voor him came.
Nu, dan ben je drie years too late.”
Ik vertelde haar dat ik wist dat John was overleden. Dat ik
over hem gelezen had in het boek van R.O. de Lap dat ik vorige maand op een tweede
hands boekenmarkt had gekocht. En dat ik hierdoor in hem geïnteresseerd was
geraakt.
Ik overwoog om zijn levensverhaal op te schrijven omdat ik
vond dat John de mensen wat te zeggen had. Door mijn vroegere werk was ik
bekend in het uitgeverswereldje en daar had men ook belangstelling getoond.
Misschien dat Lucy wat tijd voor me wilde uittrekken om mij meer over haar
overleden man te vertellen. Ze zou me daar een groot plezier mee doen.
Lucy staarde me zwijgend aan. “Je zit op mijn stoel”, zei ze
toen. “My chair. En zou je wat louder willen praten want ik ben wat doof, you
know.”
Ik stond op zodat zij in haar stoel bij het raam kon gaan
zitten en reikte haar het tippie van het jointje aan. “Thanks. Angel, geef John
eens een biertje. Je lust toch wel een biertje?” Ik had een droge keel gekregen
van het roken en voelde me wat draaierig. “Zeker. Graag.”
Angel had net een kratje in de hoek van de kamer neergezet. “Ik
maak eerst even de wagen leeg. Kun je me even helpen?”, vroeg ze me. Ik knikte
en volgde haar waggelend naar buiten. In de gang hield ik de muren vast om niet
om te vallen.
Voor de deur stond een oude groene Vauxhall vol deuken met de
kofferbak open, die uitpuilde van de boodschappen.
“Ma rijdt niet meer zo goed als vroeger. Haar ogen zijn niet
zo best meer” zei Angel ter verklaring van de deuken. En ze stapt zo stoned als
een aap achter het stuur, dacht ik.
Door de frisse buitenlucht kwam ik weer wat bij positieven.
Samen brachten we alle boodschappen naar binnen en hierna ging ik met Angel
naast me op de bank zitten met een pilsje voor me op het tafeltje vol met
brandplekken.
Intussen had Lucy een joint gedraaid en zat ze heftig te
paffen. “Ma is altijd de grootste fan geweest van Pa”, lichtte Angel het gedrag
van haar moeder toe.
“Een dag niet geblowd is een dag niet geleefd”, zei hij
altijd.
“Zit niet zo over je moeder te roddelen waar ze bij zit”,
sprak Lucy haar dochter bestraffend toe.
“Als je wil weten hoe John was moet je morgen komen.
Tomorrow. Dan zijn al mijn kinderen er because of my birthday.” Blijkbaar had
Lucy al besloten om mee te werken aan mijn verzoek.
“Je kunt hier ook wel blijven slapen in de guest room. Maar
je moet dan wel van Angel afblijven”.
Ze maakten hier van hun hart geen moordkuil, dacht ik. Gelijk
zeggen waar het op staat.
“Ik ben veel te oud voor Angel”, reageerde ik. “Old cows eat
tender grass”, kreeg ik als reactie.
Ik bleef die nacht
logeren. Dat was het makkelijkste. Bovendien had ik zoveel geblowd dat ik niet
meer op mijn benen kon staan. Voor de zekerheid blokkeerde ik de deur van de
logeerkamer door een stoel schuin onder de deurknop te zetten.
Ik had al gezegd dat ik me niet zo op mijn gemak voelde bij
Angel. Natuurlijk maakte ik mezelf niets wijs, maar zij zou niet het eerste
meisje met een vadercomplex zijn dat mij een aardige man vond.
Zoiets vind ik best, maar ik had geen zin om me tegenover
Lucy schuldig te voelen.
Wat ik niet gezien had was dat er nog een deur in de kamer
zat en dat die toegang gaf tot de badkamer.
En met mijn benevelde brein had ik de stoel onder de
deurknop van de badkamerdeur gezet.
Ach, als je stoned bent kun je soms niet alles meer goed
overzien. Maar hoe kon ik dat toen weten?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten