maandag 16 juni 2014

Op zoek naar John.

Omdat wij ons zelf bij gebrek aan zelfkennis normaal vinden en anderen ons daarin meestal niet tegen spreken, is het vaak moeilijk om te begrijpen dat er mensen zijn die anders in het leven staan dan wij.
Desondanks weet bijna iedereen dat Onze Lieve Heer er naast het gewone volk ook een aantal vreemde kostgangers op na houdt.
In het op last van de rechter uit de handel gehaalde boek “Gevonden onder een steen” uit 1998 van de bekende polemist R.O. de Lap (pseudoniem van Theo de Twijfelaar) beschrijft deze een aantal van deze ‘paradijsvogels’.
Na een diepe crisis in zijn persoonlijk leven had Theo behoefte aan een frisse kijk op de dingen.
Hij besefte dat hoe je tegen alles aankijkt afhangt van het perspectief dat je kiest.
Omdat de zogenaamde normale mensen met wie hij te maken had hem niet konden helpen, bedacht hij dat hij misschien hulp zou kunnen krijgen van degenen die als afwijkend werden beschouwd.
Mensen die leefden aan de zelfkant van de samenleving.  Die door hun medemensen werden gemeden om hun levenswijze en de vaak bizarre ideeën die zij er op na hielden.
Tijdens zijn zoektocht ontdekte hij dat de meesten van hen gewoon in een gekkenhuis thuis hoorden, maar dat sommigen gelouterd door het leven tot waardevolle inzichten waren gekomen.
Zo besteedt hij in hoofdstuk 3 aandacht aan de tot Nederlander genaturaliseerde Engelsman John B. Low Stoned, die zich samen met zijn vrouw Lucy gevestigd had in het onbeduidende plaatsje Damwoude in Friesland.

Na het lezen van de bijzondere ontmoeting die de schrijver met John B. Low Stoned had was mijn nieuwsgierigheid gewekt . Omdat ik verder geen gegevens had en ook op internet niets kon vinden over John B. besloot ik op de bonnefooi naar het Friese gehucht af te reizen om hem te zien en te spreken. Als gepensioneerde had ik toch niet veel om handen en daarnaast alle tijd.
De eerste die ik sprak was een oude vrouw, die net een emmer met schoon water uit de waterput  naast de kerk omhoog getakeld had.
Zoals bekend is Damwoude het enige en laatste dorp in Nederland waar stromend water nog niet overal beschikbaar is. Ook de toiletten zijn vaak niet meer dan een gat in de grond, waarboven een soort van kist is getimmerd met een opening in het midden.
Met de zogenaamde Skyt Stange (poepstok) duwt men de grote boodschap naar beneden, waarna met een emmer water de troep wordt weggespoeld.
Maar dit terzijde. De vrouw vertelde me dat John drie jaar geleden was overleden, maar dat zijn echtgenote nog steeds in de oude boerderij  aan de Haerewei woonde.
Ik bedankte haar en al was ik teleurgesteld dat John niet meer leefde, misschien zou zijn vrouw mij meer over hem kunnen vertellen. Op de Haerewei herkende ik al snel de boerderij waarvan de vrouw een omschrijving gegeven had.  Dit was niet moeilijk, want in de fries boven de deur waren op kunstige wijze hennepblaadjes aangebracht.   
Na mijn bellen werd er open gedaan door een jonge aantrekkelijke vrouw met blozende wangen en grote borsten. Ik weet dat deze omschrijving niet ter zake doende is, maar het viel me gelijk op.
Ze bleek een dochter van John te zijn en stelde zich voor als Angel. Na mij te hebben voorgesteld en de reden van mijn komst te hebben verteld nodigde ze me uit om binnen op haar moeder te wachten, die naar de plaatselijke grutter was om boodschappen voor het weekend te halen. Over een klein half uurtje zou ze wel weer terug zijn. Ik bedankte Angel en volgde haar naar binnen.


Zo begint dus mijn kennismaking met een uitzonderlijk mens. Nee, niet met Angel, hoewel ik die later ook beter heb leren kennen. Ik bedoel natuurlijk John B. Low Stoned. Ik hoop daar een andere keer meer over te kunnen vertellen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten