zondag 22 juni 2014

Ontmoeting in de nacht.

Het is al weer een tijdje geleden, maar ik krijg nog steeds het schaamrood op mijn kaken als ik terug denk aan die nacht. Telkens als ik dat doe is het alsof ik hem herbeleef.
Ik lig onrustig in bed te woelen. Teveel geblowd, teveel rauwkost gegeten.
Lucy stapt de logeerkamer binnen, maar ik heb niets in de gaten. Daarvoor ben ik teveel met mezelf bezig. Ze kan de schakelaar van het licht niet vinden en besluit om dan maar in het donker naar bed te gaan. Een begrijpelijk maar onverstandig besluit. Want hierdoor is de catastrofe onvermijdelijk.

Zoals bekend heeft het lichaam een aantal mogelijkheden om te reageren als het zich bedreigd voelt. Vechten, vluchten of zich roerloos houden. Maar er zijn er meer.
Lucy, die zich inmiddels heeft uitgekleed en haar kleren gewoon op de grond heeft laten vallen zoals zij altijd doet, voelt op de tast waar het bed staat en slaat het dekbed terug. Slecht een vaag onbestendig gevoel zegt haar dat er iets niet klopt.
En dan, juist op het moment dat ze bij mij in bed kruipt, laat ik een knetterharde scheet.
Niet zo’n klein beschaafd scheetje, dat je zachtjes tussen je billen laat ontsnappen in een gezelschap, waarbij je hierna iemand anders afkeurend aankijkt, maar alsof je in een lege kerk staat.
Echt een oorverdovende knal, gevolgd door de geur van rottend vlees en ontbinding.
Lucy slaakt een harde gil en wij beiden springen uit bed. Hierbij valt Lucy op de grond. Ze is totaal ontredderd. Ik zoek de schakelaar van de schemerlamp naast het bed.
Als het licht aan is zie ik tot mijn verbijstering een blote oude vrouw die jammerend op de grond ligt.
Het dringt niet gelijk tot me door dat het Lucy is. Op de gang klinkt gestommel en de deur gaat open. Daar staat Angel in haar blote gat. Ze kijkt ontzet naar haar moeder en naar mij.
Terwijl ik in een wolk van stank sta te flippen stapt ze op Lucy af en helpt haar overeind. Geen van drieën beseffen we echt wat er aan de hand is.
Omdat niemand goed weet wat te zeggen speelt dit hele tafereel zich af in doodse stilte.
Angel raapt de kleren van haar moeder van de grond, slaat haar arm om haar heen en brengt haar naar kamer. Zelf ga ik weer in bed liggen. Ik kijk met een onbewogen blik naar het plafond, maar in plaats van de mooie ornamenten die hiertegen zijn aangebracht zie ik Lucy en Angel weer voor me.
Gelukkig lost al snel het beeld van Lucy op en voel ik hoe mijn hartslag weer rustig wordt.

Angel stapt opnieuw de kamer binnen. Ze heeft een kamerjas aangetrokken.
“Ik doe even het raam open”, zegt ze. Hierna komt ze op de rand van het bed zitten.
“Alles goed?” vraagt ze dan vriendelijk. Ze heeft inmiddels begrepen wat zich in de kamer moet hebben afgespeeld. Alleen weet ze nog niet dat er geen opzet in het spel is.
Ik knik. “Er is verder niks gebeurd”, zeg ik haar. Ze lacht. “Dat had ik ook niet verwacht. Als ma zoveel geblowd heeft doet ze soms rare dingen. Ze is ook de jongste niet meer. Probeer nu maar lekker te slapen. Morgen praten we wel verder.”
Ze loopt naar de deur, bedenkt zich, komt terug en geeft me een kus op mijn wangen. “Wat kan jij stinken”, zegt ze dan lachend en sluit de deur achter zich.

Ik doe het licht uit. Niet zo vreemd dat er die nacht van slapen verder niet veel terecht komt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten